Manuele Therapie E.S.

Manuele Therapie E.S.

Wat is manuele therapie?

Manuele therapie E.S.® is een behandelwijze die, rekening houdende met individuele verschillen en asymmetrieën in vorm en functie, tracht een optimale bewegingsfunctie te verkrijgen en te handhaven. Zij doet dit door na een nauwkeurige individuele bewegingsanalyse op zeer subtiele, meestal pijnloze wijze alle gewrichten van het lichaam te bewegen. De methode wordt ook wel ‘eggshell methode‘ (E.S.®) genoemd, omdat een eierschaal nog niet zou breken door de kracht die gebruikt wordt bij de behandeling.

Historie

De manuele therapie werd na jarenlang empirisch en theoretisch onderzoek als behandelmethode geïntroduceerd door G. van der Bijl senior (1909-1977). Nadat hij de osteopathie en de chiropractie had bestudeerd (hij verwierf de osteopathische titel ‘DO’ – Doctor of Osteopathy – en ontving de Europese Prijs voor Osteopathische Research’ in 1965) bracht hij met name het ‘manuele’ deel in de praktijk. Reeds toen gaf hij de voorkeur aan de wat zachtere osteopathische behandelingstechnieken boven de agressievere chiropractische ‘adjustments’.

G. van der Bijl senior

G. van der Bijl senior

In een streven naar vervanging van de in zijn ogen onbetrouwbare subjectieve onderzoekmethodieken ontwikkelde G. van der Bijl (zie foto) een volstrekt eigen visie op de menselijke bewegingsfuncties. Het is zijn grote verdienste geweest dat hij de complexiteit van de individuele bewegingsfunctie modelmatig trachtte te benaderen. Hij was van opvatting dat het menselijk functioneren, met behulp van mechanische wetten en axioma’s, in een individueel functiemodel uiteindelijk weer te geven en te begrijpen zou zijn.

In dit model, het ‘individuele bewegingspatroon’, werd gepoogd een relatie in individuele bouw en individuele bewegingsfunctie te beschrijven. Hierbij werd aan het streven van het menselijk lichaam naar optimale evenwichtssituaties in verhouding tot de zwaartekracht een bepalende factor toegekend: de zwaartekracht is effectief op het totale bewegingsapparaat; individueel verschillende oriëntaties van deelzwaartepunten in het bewegingsapparaat initiëren individueel verschillende bewegingsfuncties.

Vanuit deze visie kwam men tot een gedisciplineerde onderzoektechniek: het individuele bewegingspatroon werd bepaald na theoretische analyse van metingen van asymmetrische bewegingsfuncties en (naderhand) asymmetrie in bouw. Hierbij werd aan de eis voldaan dat de diagnostiek moet berusten op objectieve criteria.

In 1963 werd het initiatief genomen tot het starten van een opleiding. De Stichting School voor Manuele Therapie werd opgezet als opleiding voor fysiotherapeuten en artsen tot een nieuwe, professionele behandelwijze, de manuele therapie. Deze term werd na zorgvuldige afweging gekozen. Ter onderscheiding van de ‘manuele geneeskunde’, ‘manuelle Medizin’, ‘manual medicine’ enz. werd via de naam ‘manuele therapie’ uitdrukking gegeven aan de opvatting dat men niet streeft naar lokale benadering van één of meer gewrichten in de wervelkolom, waarbij men zou genezen door ‘recht’ te maken wat ‘scheef’ is of ‘normaal’ wat ‘abnormaal’ zou zijn.

Daarentegen is de essentie van de manueel-therapeutische behandeling het streven naar adequate therapeutische ‘hulpverlening’ door middel van optimaliseren van het totaal aan bewegingsfuncties in een, per individu verschillende, (asymmetrische) presentatie in bouw en functie. Illustratief hierbij is de Griekse term ‘therapeutes’, die ‘dienaar, verzorger’ betekent. Ook werd door de keuze van het woord ‘therapie’ aangegeven dat naast geneeskundigen ook paramedici, in casu fysiotherapeuten, uit hoofde van hun vooropleiding in principe, na adequate opleiding, geschikt kunnen worden geacht voor dit therapeutisch ‘handwerk’, dat aan de hand van specifieke diagnostiek wordt uitgevoerd.

Na het overlijden van G. van der Bijl werd het theoriestelsel, de diagnostiek en de behandeltechniek verder ontwikkeld en van een wetenschappelijke basis voorzien door zijn zoon G. van der Bijl jr. en anderen.

De laatste decennia zijn anderen uit de wereld van de fysiotherapie en de geneeskunst hun, soms hardhandige, werkwijze ook als manuele therapie gaan betitelen. Dit is vanwege de fundamentele verschillen in achtergrondfilosofie, theoriestelsel, onderzoekmethode, behandeltechniek en behandelresultaten onterecht en voor velen verwarrend.

De manuele therapie volgens de methode Van der Bijl is als enige methode op dit gebied in staat te werken volgens sterk geobjectiveerde criteria ten aanzien van het individuele menselijke bewegen, waardoor een zekere standaardisatiegraad wordt bereikt. De behandelaar is hierdoor in staat steeds dezelfde behandelingskwaliteit te leveren en is bovendien in staat om interindividuele behandelingsverschillen tot een minimum te beperken.

(Bron: ‘Het individuele functiemodel in de manuele therapie’, G. van der Bijl, 1986, De Tijdstroom, Lochem)

Beweging

Het menselijk lichaam is voortdurend in beweging. Beweging vindt plaats in de gewrichten. De vorm van de gewrichten bepaald hoe de bewegingen verlopen. Omdat iedereen anders gevormd is, geen twee mensen zijn gelijk, heeft iedereen ook zijn eigen manier van bewegen, zijn eigen individuele bewegingsvoorkeur. Denk aan het gooien van een bal, op de fiets stappen, de handen vouwen, kleermakerszit, u zult het altijd op dezelfde manier doen.

Bovenhands gooien van een bal

Bovenhands gooien van een bal

Armen strengelen

Armen strengelen

 

 

 

 

 

 

Vorm en functie zijn dus aan elkaar gerelateerd en zullen elkaar wederzijds beïnvloeden. Normaal gesproken zal er een evenwicht bestaan tussen de bewegingsvoorkeur en de vorm van het lichaam. U valt niet om als u iets van de grond opraapt, maar probeer dit eens te doen met uw rug strak tegen een muur staand. Door verschillende, zowel inwendige (toe- of afname van gewicht, psychische belasting), als uitwendige factoren (ongeluk, eenzijdig of ongewoon werk, andere schoenen)) kan het evenwicht verstoord raken. Wanneer deze verstoring erg groot of langdurig is, kan dit leiden tot functiestoornissen, die op hun beurt weer kunnen leiden tot klachten aan of van het bewegingsapparaat, zoals pijn en/of bewegingsbeperking. Omdat het lichaam als geheel beweegt, zal een functiestoring van één gewricht leiden tot veranderingen in alle andere gewrichten.

Houding

De manuele therapie ziet de houding slechts als een (theoretische) fase in de beweging. Zoals een film is opgebouwd uit diverse beeldjes, kan men een beweging opgebouwd zien uit verschillende opeenvolgende houdingen. Net als bij beweging spreekt een manueel therapeut daarom niet over een goede of foute houding. Bij een optimale functie is het lichaam in staat om vrijwel alle gevraagde houdingen aan te nemen en bewegingen uit te voeren, alhoewel dit soms enige oefening vraagt (lopen heeft u letterlijk met vallen en opstaan moeten leren). Daarnaast zijn niet ieders motorisch vaardigheden even goed. Niet iedereen kan even goed voetballen of pianospelen net zo min als iedereen schoenmaat 40 heeft.

Normale foto

Normale foto

Links gespiegeld

Links gespiegeld

Rechts gespiegeld

Rechts gespiegeld

 

 

 

 

 

 

 
Door het spiegelen van één gezichtshelft worden de asymmetrieën duidelijk.

Behandelresultaten

In verschillende publicaties werd gemeld dat voldoende tot optimaal resultaat werd behaald bij meer dan 80% van de verwezen patiënten bij een gemiddelde van vier behandelingen.

Wetenschappelijk onderzoek

Het NECK-project.
In 2007 is een onderzoek van start gegaan naar de werkzaamheid van manuele therapie volgens de Utrechtse School (= Systeem Van der Bijl) en fysiotherapie bij patiënten met nekklachten. Het onderzoek wordt onder auspiciën van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud te Nijmegen uitgevoerd. De leden van NECK-project worden begeleid door Prof. Dr. Rob Oostendorp.

Het onderzoek is opgezet om op een wetenschappelijke manier de effectiviteit van manuele therapie volgens de Utrechtse School bij patiënten met nekklachten te onderzoeken. In de controlegroep worden mensen met fysiotherapie behandeld. Tevens is een doel van het onderzoek om na te gaan welke patiënten met nekpijn beter reageren op behandelingen met fysiotherapie en welke patiënten beter reageren op behandeling met manuele therapie. Als dit duidelijk wordt, is in de toekomst een meer gerichte verwijzing van patiënten mogelijk.

Dit is het eerste wetenschappelijke onderzoek naar de effectiviteit van manuele therapie in relatie tot andere behandelvormen, waarbij specifiek gekeken wordt naar de effectiviteit van de manuele therapie, systeem Van der Bijl. Bij de hierna vermelde onderzoeken werd dat onderscheid niet gemaakt; in die gevallen werden voor zover bekend technieken uit verschillende methodes in de manuele therapie gebruikt.

Nekklachten. Door het EMGO-instituut van de faculteit der geneeskunde van de VU te Amsterdam, is in samenwerking met 42 huisartsen een onderzoek uitgevoerd naar de behandeling van nekklachten. In het onderzoek werden de effecten en de kosten onderzocht van manuele therapie, fysiotherapie en behandeling door de huisarts. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat manuele therapie op vrijwel alle uitkomstmaten een beter effect heeft dan fysiotherapie of de gecontinueerde huisartsenzorg. Deze effecten zijn het duidelijkst vlak na de interventie, maar blijven ook na een jaar zichtbaar.
Voor patiënten met ernstige nekklachten had manuele therapie duidelijk het grootste effect; voor patiënten met lichte klachten leek fysiotherapie de beste keuze.
De onderzoekers concluderen dat manuele therapie niet alleen effectiever, maar ook kosteneffectiever is bij deze patiëntengroep. De gemiddelde kosten per patiënt gedurende een jaar waren voor manuele therapie € 447, voor fysiotherapie € 1.297 en voor huisartsenzorg € 1.379.

Heupklachten. In februari 2004 promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam Dr. H. Hoeksma. In het Haagse Leyenburgziekenhuis deed hij onderzoek waarbij twee groepen oudere patiënten met heupklachten, veelal arthrose, werden vergeleken. De éne groep werd behandeld met manuele therapie, de andere groep door middel van oefentherapie onder leiding van een fysiotherapeut.
Ruim 80 procent van de personen die door de manueel therapeut werd behandeld, zei dat de klachten waren verlicht. Bij de groep die oefentherapie kreeg, was dit 50 procent.
Manuele therapie helpt ook langer dan oefentherapie. Tot zes maanden na de behandeling hadden patiënten profijt van de manueel therapeut.

Schouderklachten. Mensen met schouderklachten en daarnaast nekklachten, verdubbelen hun kans op herstel wanneeer ze manuele therapie krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van de Groningse bewegingswetenschapper Gert Bergman (Annals of Internal Medicine, 21 sept. 2004).
Bergman deed zijn onderzoek aan de afdeling Huisartsgeneeskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Het onderzoek is onderdeel van het veel grotere Nederlands Schouder Onderzoek, gecoördineerd door programmaleider dr. Geert van der Heijden, klinisch epidemioloog bij het Julius Centrum van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht.
Aan het onderzoek deden 150 mensen mee. De onderzoeksgroep van Bergman bestond uit mensen die met hun klachten naar de huisarts gingen. De klachten waren niet het gevolg van reuma, een ongeluk, of andere bekende oorzaak. Alle patiënten kregen de gebruikelijke behandeling door de huisarts (pijnstillers, ontstekingsremmers en in een kwart van de gevallen verwijzing naar de fysiotherapeut). De helft kreeg daarnaast ook nog in twaalf weken tijd maximaal zes behandelingen manuele therapie. Na deze periode was 43 procent van de patiënten met manuele therapie hersteld, terwijl van de patiënten die alleen bij de huisarts waren geweest maar 21 procent was hersteld. Een verschil van 22 procent. Ook na een jaar waren de positieve effecten van manuele therapie nog te zien. Het verschil was toen nog steeds 17 procent. Mensen die manuele therapie hadden ondergaan, hadden dat hele jaar minder pijn een minder bewegingsbeperkingen.

foto_huug2

Invloed van de behandeltechniek op de verplaatsing van botstukken in een schoudergewricht.
De vingers zijn van de behandelaar. Bron: Hans Vuurmans, Nederhorst den Berg.